Naar beneden

Er stonden dit jaar twee processen centraal tijdens de officiële onderhandelingen: de ‘Talanoa Dialoog’ en het ‘Paris Rulebook’. De Talanoa Dialoog is een proces waarbij landen, gebaseerd op een traditie uit Fiji, in een vertrouwde omgeving met elkaar verhalen delen over klimaatverandering met als uiteindelijke doel om hun klimaatambities te verhogen. Het Paris Rulebook gaat over hoe het akkoord van Parijs moet worden geïmplementeerd, waarbij rekening moet worden gehouden met bijvoorbeeld de verschillende capaciteiten van landen, hoeveel klimaatfinanciering er komt en hoe transparant landen zijn over hun klimaatplannen. 

Verschillende zaken voorafgaand aan de conferentie stemde tot niet heel veel hoop op een goede uitkomst. De Verenigde Staten heeft aangegeven uit het akkoord van Parijs te stappen, Brazilië wilde na een leiderschapswisseling de volgende klimaatconferentie niet meer organiseren en Frankrijk was in de ban van landelijke protesten. Hierdoor was er niet een zogenaamd momentum voor meer ambitie, zoals dat er wel was in de aanloop naar het akkoord van Parijs. Er kwam tijdens de conferentie ook nog een nieuw politiek dispuut bij: terwijl bijna alle landen het 1,5 graden rapport van het IPCC wilden ‘verwelkomen’, wensten de Verenigde Staten, Rusland, Saoedi-Arabië en Koeweit het rapport alleen ’noteren’. Hoewel dit een klein, tekstueel verschil lijkt, geeft het aan dat niet alle landen hoge ambities met betrekking tot klimaatbeleid hebben. Het uiteindelijke compromis in de slottekst sprak niet over een verwelkoming van het rapport, maar meer over een waardering voor het tijdig afronden van het rapport en moedigde landen aan om er gebruik van te maken in de onderhandelingen.

Voor de twee beschreven processen zijn ook twee uitkomsten: de Talanoa Call to Action en het Katowice Climate Package, wat eerder beschreven is als het Paris Rulebook. Het eerste document is vooral een aansporing aan wereldleiders om hun ambities te verhogen. De vraag is hoeveel impact dit document gaat hebben, maar dat er meer actie nodig is, is wel duidelijk. In september 2019 komt er een nieuwe klimaattop, georganiseerd door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties António Guterres, waarin het verhogen van ambities centraal staat. Het tweede document heeft een imposante lengte van 133 pagina’s en beschrijft hoe het akkoord van Parijs in de komende decennia moet worden uitgevoerd. Voor niemand die niet een doorgewinterde klimaatonderhandelaar is, is het lastig te begrijpen hoe goed dit akkoord is. Prominente figuren in de klimaatwereld waren over het algemeen redelijk positief gesteld over dit document en zullen het vaak omschrijven als “het politiek hoogst haalbare”. Een van de onopgeloste zaken is het organiseren van een wereldwijde emissiehandel markt, wat nu doorgeschoven is naar de klimaattop in september volgend jaar.

Voor SLoCaT, de organisatie waarmee ik op de conferentie was, zijn de uitkomsten van de onderhandelingen niet het allerbelangrijkste aspect. De belangrijkste taak is om zoveel mogelijk partijen met elkaar verbinden om de transitie naar duurzaam transport te versnellen. Dit doen zij bijvoorbeeld door het publiceren van een statusrapport over transport en klimaat, het bijeenbrengen van landen, bedrijven en steden in een koplopercoalitie (Transport Decarbonisation Alliance), waar Nederland ook lid van is, en het organiseren van verschillende evenementen waaronder de jaarlijkse Transport Day. Ik hielp mee met het schrijven van rapportages over duurzaam transport, waarbij we de transportgemeenschap informeren over de ontwikkelingen op de klimaatconferentie. De impact hiervan is lastig meetbaar, maar je kan zien dat de aandacht voor duurzaam transport groeiende is ten opzichte van de afgelopen jaren. Desalniettemin blijft het totale ambitieniveau te laag in de transportsector en moet er nog veel gebeuren om aan de doelstellingen van het akkoord van Parijs te voldoen.

Er worden vaak terecht vragen gesteld bij het duurzaamheidsgehalte van zo’n conferentie. Vanuit de hele wereld kwamen meer dan 22.000 mensen bijeen, waarbij een grote meerderheid komt met het vliegtuig. De VN is hier ook bewust van en zeggen dat ze onafwendbare emissies van alle deelnemers te compenseren met een bebossingsproject in Polen. Daarnaast is het openbaar vervoer in de buurt van de conferentie gratis voor deelnemers en wordt afval gescheiden. Een ander interessant detail is de wens om een ‘paperlight conference’ te zijn, maar dat blijkt in de praktijk vaak voor vele deelnemers nog lastig te zijn. Er wordt dus zeker genoeg uitstoot door zo’n conferentie veroorzaakt, maar het is ook zeker niet makkelijk om het duurzaam te organiseren.

Een van de fijne dingen aan de opzet bij Talent voor Transitie is de vrijheid die het programma biedt. Door deze vrijheid was het mogelijk voor mij om aan deze conferentie deel te nemen, wat zeker een leerzame en ook leuke ervaring is. Je bevindt je in een geheel andere omgeving met nieuwe, interessante mensen en je hebt vele mogelijkheden om meer te leren over het klimaatvraagstuk. 

Sluiten

Nieuwsbrief

Mee op reis naar versnelling!